MS blog van Tessa december 2015 Jokers

“Dokter, hoeveel jokers heb ik nog?”

Jokers als troefkaarten in het spel van het leven. In te zetten indien nodig. Kaarten die je stiekem achter de hand hebt om situaties terug te draaien of uit te wissen. ’n Geheime troef die je vrijwaart van consequenties of ingewikkeldheden. Als ik ooit ‘n boek schrijf kan dat de titel zijn. Die spreuk bedacht ik niet zelf maar mijn vriendin ‘Flo’. Daarmee vatte ze gekscherend samen wat mij soms overkomt; door mijn enthousiasme ga ik over mijn grenzen heen en dan maar hopen dat ik daarna die spreekwoordelijke joker in kan zetten. ‘n Joker die mijn onverstandige beslissingen uit kan wissen waardoor ik, zonder gevolgen, vrijkom met de schrik. Zo’n joker.


Maar net als in ieder spel is het aantal jokers beperkt. Ooit valt er niets meer weg te poetsen. Dan komt het moment dat het goedlachse, vrolijke narretje schaterend is uitgespeeld. Zijn muts, met belletjes aan de punten, hangt scheefgezakt op zijn kop. Ik krijg geen herkansing meer. Niet meer even slikken en weer doorgaan. Ik zal de gevolgen van MS moeten dragen. Maar nu, alsnog, na maanden van vermoeidheid lijkt de joker aan mijn zijde. Het is in de reservetijd van de corticosteroïden-kuur als ik lijk op te krabbelen. Het moment dat de zware deken, die mij al maanden in vermoeidheid gevangen houdt, langzaam van mij afglijdt, is opmerkelijk.

Maandagmiddag, ik bel Flo terwijl ik buiten door de herfstige straten struin. Vermoeid sjok ik van lantaarnpaal naar lantaarnpaal. Praten en concentreren op mijn passen, het is teveel. Ik zoek een plekje om te zitten. Buiten is niets droogs te vinden, dan maar natte billen. Ik kan niet meer. We kletsen.

- Overmorgen is de werking van de kuur officieel voorbij. Dan heeft het medicijn twee maanden door mijn lichaam kunnen stromen om zijn reinigende werk te doen. Twee maanden heb ik alles afgezegd, me teruggetrokken uit mijn leven: Te moe om iets te ondernemen en ik wilde alle kostbare energie bewaren voor herstel. Om de coticosteroïden zo goed mogelijk te laten werken. Maar met de einddatum voor mijn herstel in zicht, trek ik moedeloos de conclusie dat ‘dit’ het waarschijnlijk is. De kuur heeft me dit keer niet geholpen. -

Met Flo aan de telefoon mijmer ik over de tijd die zal komen: “Ik wil de draad, hoe dun ook, weer voorzichtig oppakken. Niet meer aan de zijlijn van mijn eigen leven staan. Ik wil de weinige energie weer gebruiken voor vrienden, leuke dingen doen. Net als vroeger,…”, zucht ik. Ik herinner mij de eerste jaren met MS. Het ging niet goed. Maar ik was niet ongelukkig, weet ik nog. Terug naar geluk op de vierkante centimeter. Alles beleven in aangepaste mate. Van wachten op herstel naar ‘accepteren’. Dit is wat het is. Voor nu.”

Dinsdag, met De Prins (de man die De Liefde in mijn leven brengt) bespreek ik het inzicht. Ik zal opnieuw gelukkig en tevreden proberen te zijn met minder. Het brengt De Prins niet van zijn stuk. Realistisch maar vol vertrouwen stelt hij me gerust. “Maak je maar niet druk, schatje. We zullen wel zien.”’s Middags kom ik terug in mijn eigen huis. Ik ga weer voor mezelf zorgen. Kleine stapjes. Morgen is de kuur officieel uitgewerkt. Ik heb niks te vieren.

Woensdag, ik word zowaar wel oké wakker… Zou het dan toch wat beter te gaan? Ik durf het haast niet te geloven. Het lijkt alsof die zware deken van vermoeidheid net iets minder op mij drukt. Alsof mijn longen daadwerkelijk meer lucht zuigen. Alsof mijn hoofd waarachtig helderder wordt. Zou het dan toch,… Alsnog?...

Donderdag, weerzien met vriendin ‘Stoere Bloem’. In plaats van dat ik, zoals gebruikelijk, naar haar fiets, komt zij naar mij. We appen over de tijd. “Kom toch maar ’n half uurtje later.” Schrijf ik haar. “Mijn ochtenden gaan nóg trager dan anders.” In plaats van dat we samen lunchen, drinken we koffie. In plaats van dat we gezellig binnen, in het dichtstbijzijnde rumoerige koffietentje zitten, zijn we buiten. Zij onder ’n kleedje, ik in de frisse lucht. Hèhè. Ik leef weer. We kunnen zelfs ’n stukje wandelen. Het is ’n wereld van verschil. Als Stoere Bloem na ’n paar uur vertrekt, ben ik uitgeput maar heerlijk was het wel!


Vrijdag, ik ga nog steeds goed! Om vijf uur heb ik afgesproken met mijn vriend ‘de Franse Fotograaf’. Hem heb ik al lang niet meer gezien. We spreken af in de wijnbar om de hoek. Buiten is het te koud dus het wordt mijn vuurdoop in een lawaaierige bar. Maar ik kan het. Mijn lijf zit rechtop en mijn hersens laten zich niet afleiden. Na twee thee raakt mijn accu leeg. Maar wauw, ook dit heb ik beleefd!

Zaterdag, ik sta al drie dagen overeind! De zware deken die zo langzaam van me afgleed voelt nu een heel stuk van me afgetrokken. Ik voel me goed en ga ‘op reis’! Sinds tijden stap ik in de bus. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Naar ’n lezing over vakantiefietsen. Nu ik me beter voel kan ik daar wel over horen. In mijn zak het nummer van de taxi, mocht ik straks zonder energie geparkeerd staan. De presentatie van wereldfietser Hera van Willick is fantastisch, ze geeft me nieuwe energie. Als ik nog wat napraat heeft vast niemand in de gaten hoe bijzonder dit voor mij is. Dat ik hier kan zijn… Nu gauw naar huis voordat mijn accu alsnog leeg raakt.

Mazzel, de bus komt snel. Tegenvaller, deze lijn brengt me niet rechtstreeks naar huis. De trein is sneller, die vertrekt over ’n paar minuten. Voor ik er erg in heb ren ik over het perron. Ik REN over het perron??! In de trein kan ik wel janken, wat is dit allemaal? Of eigenlijk, wat wàs dit allemaal,… Al die maanden moe. Mijn lichaam zo verzuurd,Mijn hoofd vol watten, en nù dit?

Op het station is de bus naar mijn huis net weg. De volgende komt over tien minuten. Ik kan wachten in de kou of misschien kan ik wel ‘gewoon’ naar huis lopen? Het regent maar ik kies het laatste. Lopen naar huis. Het is niet “gewoon”, het is “héérlijk”!

Zondag, weerzien met vriend ‘de Triathlon-man’. We gaan lopen in het bos. Want dat kan weer! Heb ik dan de deken van vermoeidheid eindelijk van me afgeschud? Word ik weer de oude? Het zijn ‘vragen die knagen’, maar waar ik nog niet aan wil denken. We wandelen heerlijk. Frisse lucht, steeds nog ’n stukje verder. Opwarmend in het pannenkoekenhuis stort ik in. Het kon niet uitblijven. Triathlon-man brengt me thuis waar ik met moeite uit zijn auto kruip.

Maandag, oké ik ben moe. Maar anders ‘moe’ dan de afgelopen maanden. Ik sta nog steeds overeind. En inmiddels tel ik de dagen dat het goed gaat niet meer. Dit is nu de nieuwe staat. En heus, ik neem ‘t niet voor lief. Niets is vanzelfsprekend. Ik weet hoe bijzonder dit is. Ik weet maar weer al te goed hoe het óók kan zijn. Straks, als ik terugdenk aan de afgelopen nare maanden komt vast een moment bezinning. Het is nu nog te vers, te onzeker en te confronterend. Ik kan ik me amper voorstellen dat ik van zo ver kom. Soms denk ik dat ik het allemaal heb verzonnen. Het kan toch niet waar zijn?Dat mijn lijf,… Wat is er nou gebeurd?Ja ik was (te) druk, maar is het dan mijn eigen schuld? Wat heb ik verkeerd gedaan?Ben ik, te vaak, te ver, over mijn grenzen heen gegaan?Moet ik hier van leren? Zal ik het in de toekomst anders doen? Of,had de MS me sowieso gegrepen omdat je daar maar zo bar weinig over te zeggen hebt…

“Vragen,” waar ik dit oude jaar mee uitga.

“Vertrouwen,” waar ik het nieuwe jaar mee inga.

Dat laatste wens ik iedereen toe.

En “jokers,” voor de vragen waar niemand antwoord op heeft. 

Jokers, voor al die consequenties die niemand zou hoeven dragen.


Bron: Publicatiedatum: 3 januari 2016