MS blog van Tessa juli 2016 "Bikiniklaar"

Zomer! Ik zit met ‘n vriend op het terras als hij mij vraagt of ik ‘bikiniklaar’ ben.

“Bikiniklaar?!” Ik schater om de term, het tegendeel is waar. Mijn winterslaap van bijna ’n jaar heeft (vette, verslapte) sporen op mijn lichaam nagelaten. In plaats van sporten moest ik rusten. En door gebrek aan energie ging ik eten. Na dit afgelopen, vermoeide, jaar is er maar liefst vier kilo meer van mij. Ik weet, ik mag trots zijn op dit lijf. Hoe het terugslag incasseert. Zich telkens bijstelt en moedig probeert te herstellen. Mijn lichaam doet zijn best te functioneren. Rusten en opnieuw proberen, iedere keer weer.

En ik weet dondersgoed, er zijn belangrijker zaken om je druk over te maken! MS leert mij immers relativeren. Maar kennelijk trap ook ik in de valkuil van onvrede over uiterlijke banaliteiten.

Bikiniklaar? Verre van!

Als ik in de spiegel kijk zie ik mijn zomerse sproeten weer vrolijk tevoorschijn komen. Mijn gezicht is ronder dan vorig jaar. Mijn oma noemde dat vroeger ‘mijn gezonde Hollandse toet’. De diëtende tiener in mij wist dan meteen hoe laat het was... Ik zie ook mijn verslapte vel. Ter hoogte van mijn navel is genadeloos ‘n bolling ontstaan. Broeken zitten strak en over de band bungelt tegenwoordig iets.  ’n ‘Love handle’, heet dat vergoelijkend in de volksmond.  Ik voel al tijden ‘love’ maar die ‘handle’ had ik eerder niet!

En als ik nu mijn armen zwaai, dan zwaaien ongespierde vleugeltjes aan mijn onderarm vriendelijk wat langer door. Van een getraind lijf is al lang geen sprake meer. Zachte, vrouwelijke vormen hebben de overhand. “Tess, wat zeur je toch”; spreek ik mezelf vermanend toe, “wees blij met wat je hebt en vooral met wat je weer kán!”

Het doet me denken aan, achteraf, een opvallende herinnering: Ik ben jong, gezond en gezet. En vreselijk onzeker. Het is de eerste keer dat ik mij uitkleedt bij mijn toenmalige geliefde. Van MS was nog geen sprake en van een rolstoel evenmin. We zijn al een tijdje samen en groeien langzaam naar de volgende stap. Ik waarschuw hem voordat hij mijn blote benen mag zien: “Weet dat ik de lelijkste benen van de wereld heb. Maar ze doen het tenminste.”

Met de kennis van nu is het op zijn minst een bijzondere uitspraak…

De liefde heeft geen standgehouden, maar dat heeft niet aan mijn potige pootjes gelegen. Stevige benen heb ik altijd gehad. Ik wens mij lange, ranke stelten maar ik heb onderdanen die daar in de verste verte niet op lijken: Dijen punten zich naar buiten, knieën zijn rondom bedekt met een zacht laagje. Lange laarzen over mijn kuiten? Niet in mijn maat! En dan de achterkant van mijn bovenbenen… Zelfs tijdens mijn meest afgeslankte periode hebben daar altijd deukjes in gezeten. (‘Deukjes’ klinkt liever dan het onverbiddelijke ‘cellulitis’ maar het is natuurlijk hetzelfde.)

Ik zou beter moeten weten. Ik wil weer trots zijn op dit lijf. Dealend met een ziekte leer je wat écht belangrijk is. Kennelijk gaat het nu goed genoeg om me bezig te houden met uiterlijke pietluttigheden.

Vorige maand schreef ik hoe ik mij, in mijn, te krappe, bikini wurmde. Maar ik zwom tenminste weer! En laatst zat ik weer voor ’n lange tocht heerlijk op de fiets. In mijn profi-fietsbroek. Zo eentje met zeem en korte pijpjes, waarvan het elastiek pijnlijk, niets verhullend, om je bovenbenen knelt. Ik weet heus wel dat mijn bovenbeen daaronder een uitpuilend rolletje maakt. En ik weet ook dat de beknelling extra ‘deukjes’ vormt. Zelfs de randjes van mijn sportsokken maken zichtbare afdrukken rond mijn gezwollen enkels. En ik weet ook, dat ik dit sportieve tenue helaas niet te heet gewassen heb. Was het maar zo, dat al mijn outfits gekrompen zouden zijn in plaats van ik gegroeid…

Desalniettemin overigens geen enkele reden voor die gozers, die in hun open auto toeterend langs mij rijden, om daar opmerkingen over te roepen. Want hé, mijn benen fietsen weer!

Maar toch hè….

Toch is het soms moeilijk, mild te zijn voor je eigen lijf. Op mijn benen zijn soms blauwe plekken te zien die mijn spuitplekken markeren. Vermoeidheidsvet heeft zich als ’n beschermend laagje om mij heen opgehoopt. Het heeft zich keurig gelijkmatig verspreid, daarover heb ik niks te klagen. Mijn lichaam heeft het te verduren gehad, wisselende gezondheid laat zijn sporen na. Nu heeft datzelfde lijf tijd en zorg nodig om zich te herstellen. Het doet nota bene zo zijn best. Het beweegt weer wat het kan! Ik durf langzaam zelfs weer een beetje te bouwen en te vertrouwen op dit lichaam. Ik wil dáár op focussen in plaats van op dat (onbelangrijke) maatje meer.

Je lijf is toch ook maar jouw vlees geworden inborst. De verpakking van je hart. En oké, bij types als Doutzen Kroes is zo’n zelfde omhulsel óók nog ‘n feest om naar te kijken.

Laat het bij mij dan vooral een feest zijn om in te ‘zijn’. Zeker nu het langzaamaan weer doet wat ik graag wil. In mijn onzekere onwetendheid zei ik het eigenlijk al; Oké, ik heb geen modellenbenen. Maar ze dóen het tenminste!

Het is luxe dankzij het ontbreken van échte lichamelijke sores dat ik me nu druk kan maken over pietluttigheden als mijn verslapte, zwaardere lijf.

Er is 4 kilo meer van mij.

‘Bikiniklaar’? Verre van!

Maar is dat erg?!

 

Ik wens iedereen ’n fijne zomer!

Waarin je kan doen wat je wilt.

Kan zijn wie en hoe je bent.



Bron: Publicatiedatum: 11 juli 2016