MS blog van Tessa juni 2016 Uit mijn winterslaap ontwaakt

“Uit mijn winterslaap ontwaakt"

Als een slome beer lijk ik ontwaakt. Onwennig strekt mijn stramme lijf zich uit. Mijn klauwen wrijven slaapzand uit mijn ogen. Het licht is fel, de kleuren en geuren intens. Ik weet niet wat ik meemaak. Hoe lang ben ik in slaap geweest? Langzaam schud ik mijn verslapte vel weer op zijn plek. Jemig, wanneer ging ik slapen? Hoe lang is het geleden, dat ik mij zo goed, scherp en energiek heb gevoeld? Ach, wat doet het er toe. Belangrijk is dat ik eindelijk ben ontwaakt uit een slaap waarvan ik niet wist dat ik er in gesukkeld was. Ik voel me haast weer de ‘oude’. Ik was vergeten hoe dat voelde maar nu het terug lijkt, herken ik mezelf. Pas nu ik wakker ben voel ik het verschil. Een helder hoofd en krachtig lijf. Net als een beer die ontwaakt uit zijn winterslaap ben ik ‘hongerig.’
Hongerig naar het leven!
 
Het is een week na het schrijven van mijn vorige blog dat ik mij zo voel. Krachtig, energiek. Na de behandelkuur voor een MS-relapse was de zware deken van vermoeidheid al van me afgetrokken. Nu lijkt ook het laatste laken van mij af. De bubbel die alles wazig maakt is doorgeprikt. Eindelijk herken ik in dit lijf weer iets van het mijne:
Het is lang geleden dat ik gewoon rechtop kon zitten in plaats van lamlendig onderuit gezakt. Dat mijn benen niet tintelen maar roepen om beweging. Dat mijn longen zich willen vullen met frisse ochtendlucht.
Het is lang geleden dat mijn hart weer zin heeft in doldwaze avonturen.
Het is lang geleden dat ik de wereld letterlijk en figuurlijk scherp zie in plaats van door de vermoeide sluier om mij heen. 
 
Na een heerlijke fietstocht haast ik mij om de trein te halen; Vriendin Kleine Vos is jarig. Geen gedoe met halen-brengen. Geen gedoe met overnachten. Ik, ik kan gewoon zélf heen en weer! Op het Deventer station huur ik ’n OV-fiets. Met ’n helder hoofd vind ik in een vreemde stad mijn weg. Ik voel mij onafhankelijk en sterk. Ik, ik kan de wereld aan! Energiek fiets ik over de steile brug over de IJssel. Vol van mijn herwonnen kracht bel ik mijn ouders. “Moeder raad eens wat ik kan? Ik fiets naar Kleine Vos. En vanavond trein ik óók nog terug! Het gaat zo goed, dat wilde ik ook eens met jullie delen.” Moeder is verbluft aan de telefoon. “Kind wat heerlijk toch. Geniet er lekker van. Veel plezier!” Roept ze terwijl ik hard de brug afsjees.
Wat is het leven gemakkelijk als je opeens weer zoveel kan. Ik behaal nog vele mooie ‘prijsjes’. Doe dingen waarvan ik me nu pas realiseer dat ik ze zó lang niet meer, of halfbakken, deed. Zoals ‘gewoon’ telefoneren met mijn vrienden. Ik was vaak veel te moe. Maar wat is het fijn weer terug te zijn. Wat is het heftig ook me te realiseren hoe die winterslaap me in bedwang had.

Ik ga zelfs weer naar een feestje. Mijn oom wordt 85 en ik voel me goed. Aan een sta-tafel hangen de kinderen van mijn neven en nichten. En raad eens wat, daar stá ik ook! Ik voel me onwennig, want small-talk, chit chat, hoe ging dat ook alweer? Ook dat verleer je in een winterslaap. Poeh, wat ben ik lang weg geweest van al die normale dingen. En wat gek dat ik me dat nu pas realiseer nu ik de draad weer oppak. Hongerig naar het leven, ik sta te popelen om er weer in te springen!
De successen gaan maar door. Voor de tweede keer in één week fiets ik naar het zwembad. Heerlijk baantjes trekken. Mijn vermoeide winterslaap-lijf heeft vet opgeslagen. Want verbrand heb ik de laatste tijd maar weinig. In een te krappe bikini duik ik in het water. Kan mij het schelen. Ik ben al lang blij dat ik weer gemakkelijk zwem! En het gaat goed. Moeiteloos trek ik baantjes door het water in plaats van me gevoelsmatig vooruit te worstelen door ellendige dikke stroop.
 
Zwemmend zet ik mijn gedachtes glimlachend op een rij.
“Tessa is back!”
Rond baantje 15 begint er iets te knagen...
Uit mijn winterslaap ontwaakt, kan ik de achterliggende periode beter overzien. Terugkijken blijkt makkelijker wanneer het beter gaat, wanneer je terrein herovert. Hoe kon ik zo langdurig, zo ver terugzakken in mijn energie? Hoe ben ik daar eigenlijk in beland?...
 
Rond baantje 20 begint het me te dagen.
Vorig jaar was een absurd drukke zomer. Wat kon ik veel, wat wilde ik veel, wat deed ik veel. Prachtig staaltje roofbouw. Ik was betrokken bij de première van een Nederlandse film. Daar veilden we een shirt voor onderzoek naar MS. De volgende dag fotografeerde ik een bruiloft. De ochtend daarna zat ik in om zes uur alweer in een taxi om op tijd te zijn bij de start van een sponsorfietstocht naar de Mont Ventoux. Ik schreef en fietste (deels) mee. Ongekend was de aandacht dankzij de Tour de France en Tour d’Utrecht. Later trapte ik 3 keer keihard mee in een peloton. Tussendoor hield ik presentaties over MS. Eind van de zomer was ik met Move for MS opnieuw bij de Mont Ventoux. Ik kon de magische Kale Berg niet meer opfietsen…
Ik kon mijn speeches niet meer staande houden…
Uitgeteld.
Opgebrand.
Roofbouw.









 
Ik ben bij baantje 30 als ik me pijnlijks realiseer. Met de zojuist geschreven blog nog vers in mijn geheugen. “’n Zomer vol MS” heet die nota bene.
“Tessa,” praat ik in mezelf. “Tessa, ben je nou niet weer precies hetzelfde aan het doen?  Hoe zat dat ook alweer met die ezel en die steen?...Tess, hoeveel Jokers heb je nog die je weer uit ‘n winterslaap zullen trekken?”
 
Rond baantje 35 zie ik de bizarre gelijkenissen.
Vorig jaar en nu; ’n Zomer vol evenementen voor MS. Ik wil zo graag. En ik vind het zo belangrijk. Maar heel eerlijk, is het ook voor mij persoonlijk goed? Ik wil niet terug in die winterslaap. Ik wil helder blijven en energiek. Ik wil sporten en lachen en voor altijd uit die duffe grot blijven. Ik wil energie geven aan de dingen die ik belangrijk vind. En ja, al die evenementen zijn dat ook maar het kost mij ook zoveel.
Té veel?
 
Ik zwem nog zeven banen voordat ik weer op het droge stap. Ook mijn hersens zijn actief geweest. Vorig jaar was een bijzondere zomer. Wat er allemaal op mij afkwam was groots en onvergetelijk. Maar misschien moet ik het niet nog een keer zo vol plannen. Ik wil mijn grenzen beter bewaken. Ik ben geschrokken en gewaarschuwd. Ik wil niet weer ‘n winterslaap!
 
De evenementen die ik vorige maand beschreef, ze zijn allemaal bijzonder!
En belangrijk! Ik wil bij allemaal betrokken zijn.
Maar heel eerlijk, volgens mij kan ik het niet.
De winterslaap is te dichtbij. De ingang naar de grot staat nog wagenwijd open.
Het zal toch niet de bedoeling zijn dat ik door evenementen vóór MS, geveld wordt dóór MS.?
 
Rust in de tent.
Keuzes maken en doseren.
Ik kan het allemaal wel wíllen,… maar ik ga het niet allemaal kùnnen.
Dankbaar ben ik dat ik toch weer lijk ontwaakt,
Koester dat dan ook. Zorg voor jezelf.
Zo’n zomer vol MS is prachtig én belangrijk. Maar niemand heeft er wat aan als ik na de zomer weer in ’n diepe, lange winterslaap stort, Ik zelf nog het minste. “Tess, je bent geen ezel en geen beer. Dus blijf wakker en stoot je niet weer!” De zomer vieren met iets minder MS. Zou dat kunnen?
Iets met balans en doseren.
En tegelijk hongerig naar het leven

Bron: Publicatiedatum: 24 juni 2016