MS blog van Tessa november 2015 Invalidentoilet


Invalidentoilet

Wie kent het niet? Je moet heel nodig, maar er staat ’n lange rij voor het toilet. De brede deur van het toilet ernaast verraadt de toegang tot een speciale wc. Daar staat geen rij. Wel hangt er een bordje met het Europese beeldmerk voor ’n gehandicapte: Een zittend poppetje met wielen vanaf zijn kuiten tot halverwege zijn rug.  Maar waarom zou jij als gezond mens, met hoge nood, daar niet even gebruik van mogen maken? Hm, ‘n ingewikkelde kwestie.

Goed om te weten voor de gezonde mens is dat mindervaliden vooraf al uitzoeken of er ter plaatse een invalidentoilet is. Dat kunnen nu eenmaal ‘hoognodige zaken’ worden, die je niet meer aan het toeval overlaat. Weet dat het voor een gehandicapte vaak een onhandig, tijdrovend, gedoe is, zo’n toiletbezoek. Gehannes om de (onder)broek uit te krijgen. De inspannende ‘transfer’, zoals het overstappen van rolstoel naar toiletpot officieel heet. Gedoe met papier terwijl je vingers niet makkelijk bewegen. Het is bepaald geen sinecure, om, als je armen en handen aan kracht en coördinatie te wensen overlaten, de boel weer netjes schoon te vegen.   
Ook goed om te weten is dat bij verstoorde lichaamsfuncties vaak ook verstoorde darmen en ‘n verstoorde blaasfunctie kunnen zijn.  Dus als ’n mindervalide ‘moet’, dan ‘moet’ dat meestal direct. Behoeftes ophouden vereist een spierkracht die helaas niet voor iedereen is weggelegd
Hoe kom ik er op om hier over te schrijven?...
Gisteravond, ’n bezoek aan de Schouwburg. ’n Muzikale voorstelling zonder pauze. Voor de zekerheid wil ik vooraf mijn blaas legen. Aan de hostess van de schouwburg vraag ik naar het invalidentoilet. Pijlen die naar het ‘gewone’ toilet wijzen, sturen mij een steile trap op. Die wil ik vermijden. Ik spaar mijn energie voor een leuke avond! Het invalidentoilet blijkt verscholen achter de garderobe. Hiervandaan  ‘n klein trapje naar beneden. Maar vooruit, deze trap is goed te doen.
 
Eenmaal achter de garderobe staat er een kleine rij voor het toilet. Met de nadruk op ‘staan’. Zijn dit gezonde mensen die naar het dichtstbijzijnde toilet willen? Zijn dit zogenaamde “queue-jumpers”, zoals mensen die wachtrijen vermijden ook wel heten? Of zijn dit, net als ik, mindervalide mensen aan wie je nu eenmaal niet direct hun beperking ziet? Ik kan mijn urine nog ophouden dus ik besluit netjes achteraan aan te sluiten. Was het ophouden van mijn plas voor mij vandaag een probleem geweest, dan had ik dat wel gezegd tegen de wachtenden voor mij. Daarover heb ik gelukkig geen schaamte. Om mijn energie te sparen vermijd ik drukte en kletspraatjes. Ik draai ik mijn gezicht naar de jassen die stil aan de kapstokken hangen. Met mijn rug tegen de muur geleund, rust ik.
 
Duurt lang.
Ik moet toch best wel nodig. Boven mij zie ik hoe de andere bezoekers een rij vormen om de zaal in te gaan. Oké, de tijd gaat dringen. Niet alleen voor mijn blaas maar ook omdat ik straks weer die paar treden omhoog moet en dan nog mijn stoel in de zaal moet vinden. Gelukkig zwaait naast mij de deur open. ’n Keurig gekapte, kwieke dame van rond de vijftig, stapt kordaat naar buiten. Achter haar geurt een spoor van haar chique parfum. In ferme pas loopt ze op twee vriendinnen af die haar, al druk pratend, kennelijk staan op te wachten.  Waarschijnlijk ter illustratie waarom ze van ‘dit’ toilet afkomt verandert ze haar keurige houding: Ze laat haar schouders zakken en faket een bochel op haar rug. Nog een paar passen verwijderd van de paar wachtende dames verandert ze ook haar tred: Ze laat haar linker been krom achter zich aanslepen terwijl ze met rechter laars kleine stapjes maakt. Het is een domme versie van Quasimodo in een keurig, bruin, geruit rokje. Haar vriendinnen lachen luid en hartelijk om haar (pijnlijke?) toneelspel.
 
Ik weet niet of ik overdrijf, maar in mijn buik voel ik ’n steek. Dat je als gezond mens naar ’n invalidentoilet gaat, á la. Maar moet je dan de mindervalide mens zo denigrerend, lachend uitbeelden?
Het raakt mij, of ben ik nou overgevoelig?
 
Andersom maakte ik het jaren geleden ook eens mee.
Ik ben overdag bij een concert in een muziekzaal. Het is de nare beginfase van mijn MS. Ik kan lopen maar alles tintelt. Zitten en weer opstaan zijn enorme krachtinspanningen. Hulde aan dit invalidetoilet. De pot is hoger, en om uit de zittende plas-positie overeind te komen, hangt er een beugel naast de WC. Mij kan niks gebeuren. Terwijl mijn blaas zich rustig leegt, wordt er ongeduldig aan de deurkruk gerammeld. ”Jaja, ‘even wachten,” mompel ik nog. Ik hijs mezelf van de pot weer in mijn broek. En ik was nog even netjes mijn tintelende handen.
 
Als ik dan de deur opendoe staat, of eigenlijk “zit”, daar een woedende jongen op mij te wachten. ‘Dat ik voortaan op moet rotten naar mijn eigen wc’ tiert hij. Ik ben mij van geen kwaad bewust. “Dit is het invalidentoilet!” sneert hij er achteraan. Pas dan valt bij mij het kwartje. Ik ben niet altijd adrem maar zijn onterechte woede laten mijn hersens sneller denken.
 
Terwijl hij met veel kabaal het toilet in rolt roep ik hem achterna: “Weet je, sommige mensen mankeren iets zonder dat je dat meteen ziet.” Boos slaat de deur achter hem dicht.  Ik tril ’n beetje na maar voel me opgelucht dat ik direct naar waarheid kon reageren. Mijn benen tintelen van schrik zo mogelijk nog meer. Wankel loop ik naar het tafeltje waar mijn gezelschap staat. Voor mij is er een barkruk bijgeschoven.
 
Niet veel later rolt de jongen van het toilet naar mij toe. “Ben jij dat meisje van het toilet?” vraagt hij mij enigszins beschaamd. “Ja”, antwoord ik hem. Dan biedt hij zijn excuses aan.  Hij heeft nagedacht over mijn reactie en hij heeft zich vergist. “Je hebt gelijk, bij sommige mensen kun je hun handicap niet zien. Sorry.” Het is voor ons allebei wellicht een goede les.
 
Gelukkig was de boze jongen destijds mans genoeg om mij weer op te zoeken. Terwijl ik de keurige Quasimodo-dame niet op haar discriminerende toneelspel durf aan te spreken. Had ik dat moeten doen? Ik moet vooral plassen en energie sparen. Én ik wil niet de moraalridder uithangen. Onterecht parkeren op een invalidenparkeerplaats kost, mijns inziens terecht, maar liefst driehonderdzeventig (!) euro. Voor het ‘onterecht’ bezetten van een invalidentoilet is dat wellicht wat overdreven…
 
Ik ben inmiddels gelukkig bijna aan de beurt. Zou die, gezond ogende, jongen voor mij ook wat mankeren of zou hij gewoon heel nodig moeten? Of houdt hij niet van trap lopen?
Ik laat het voor wat het is.    
   
Stel dat je, in het geval van hoge nood, bij hoge uitzondering, je als gezond mens ontlast in het toilet van de mindervalide medemens, heb dan in ieder geval weet van de hierboven beschreven uitdagingen en situaties. En, laat het toilet schoon en proper achter. Zoals je ook bij een ‘gewoon’ toilet zou doen. Mindervaliden zijn immers ook ‘net’ mensen...  Sinds mijn MS is “hangen” boven de bril er niet meer bij, dus ’n proper toilet is wel zo fijn!
En trek verder vooral niet aan het verkeerde koordje. Dat is meestal niet het touwtje van het lichtknopje maar vaker het koordje van de alarmbel. Als het goed is, (maar voor de “niet-hulp behoevende-mens-die-per-ongeluk-aan-het-koordje-trekt”, wellicht wat minder goed) staat er  binnen een mum van tijd iemand van het personeel naast je bij de pot. Broek op de knieën of niet.
 
Tot slot een noot voor de uitbater van een etablissement aangaande het invalidetoilet. De extra ruimte is nodig voor de draaicirkel van een rolstoel en/of eventuele andere hulpmiddelen. Het is een toilet. En dus geen bezemkast of opslagruimte!
Dankuwel.

Bron: Publicatiedatum: 30 november 2016