MS-blog Tessa februari 2015 "Heerlijk" haasten

'Heerlijk' haasten.

Slecht in planning ben ik al altijd geweest. Na de middagpauze terug naar school moest vroeger al rennend, terwijl ik de bel hoorde met nog twee straten te gaan. Later leerde ik mijn tentamens pas 'n dag van tevoren, wanneer alle andere nutteloze, maar leukere, dingen waren gedaan. Treinen en bussen vertrekken, voor mij, steevast nét te vroeg. Kortom, tijdsplanning en Tessa zijn al sinds mijn vroegste jeugd geen betrouwbare vrienden. (Zelfs mijn tanden kwamen laat.) 'n Eigenschap waar ik me niet achter mijn MS kan verschuilen.

Maar ik moet eerlijk zeggen, dat mijn afnemende concentratie, de MS-watten die mijn logisch denken lijken te bedwelmen, het niet beter maken. Daar komt bij dat, zoals in mijn vorige column beschreven, iets 'vlug-vlug' doen er niet meer bij is. En om 'n pijnlijk lijf te voorkomen, stress te allen tijden vermeden dient te worden. Geen helpende combinatie.

8 uur. Mooi op tijd wakker. Mijn lijf voelt pijnloos en sterk. Alles doet 't weer, dus ik kan vroeg aan de slag. "Bijna" alles, want de MS laat mijn darmen staken. Met 'n volle buik van de dagen ervoor kruip ik achter de computer. Of eigenlijk: met de laptop op bed, schrijf ik mails en doe wat ik moet doen.

Ik voel me helder en energiek.

Zonder moeite beantwoord ik telefoontjes en maak ik afspraken.

Vóór elf uur streep ik voldaan 'n boel van mijn 'things to do'-lijst.,

Fijn zo. 't Lijkt bijna 'n 'gewone' werkdag. Vanmiddag moet ik naar de dokter, maar nu ik al zo vroeg productief ben, kan ik daarvoor nog lekker zwemmen.

Mijn ontbijt sla ik, tegen mijn gewoonte in, over. Mijn buik voelt nog vol, dus dat scheelt weer tijd. Baantjes trek ik graag 'n uur. Als ik nu vertrek haal ik dat prima voor mijn afspraak in 't ziekenhuis. Telefoon. Laten gaan? Nee, dat doe ik, helaas noodgedwongen, al zo vaak. Ik neem op en we praten. "Ik kan niet lang bellen", waarschuw ik meteen. "Ik wil zo zwemmen". Al pratend kan ik niet tegelijk mijn zwemtas inpakken. Voor multi-tasking heb ik geen concentratie, dus die tas moet even wachten.

Ik luister en klets. Shit, is het al zóó laat?! Ik moet gaan. Gehaast zoek ik bikini, badmuts (hangt niet op z'n plek, waar heb ik die nou toch gelaten?!) en 'n handdoek. Wat moet er ook alweer nog meer mee?... Zo vaak heb ik m'n zwemtas al ingepakt maar automatisch gaat 't niet. Terwijl de klok doortikt, bedenk ik dat zeep en crèmepjes voor daarna ook prettig zijn. O ja, en natuurlijk deo.

Licht geïrriteerd stap ik uiteindelijk op m'n fiets. M'n klok, die altijd zo'n zeven minuten voor loopt, zodat de 'echte' tijd alleen maar mee kan vallen, waarschuwt dat mijn uur waterige baantjes in het gedrang zal komen. En ik had nog wel zo ruim de tijd...

Doorfietsen naar het zwembad, geen tijd te verliezen.De grote, gekleurde digitale klok telt waarschuwend de minuten en secondes op. Het water is koud maar zodra het mijn lijf omhult voelt t goed, ontspannend. Nog 'n krap uur voor mijn baantjes. Kon ik maar terug in de tijd zwemmen.

Baantje zeven. 'n Bekende zwemt langszij. Vriendelijk probeer ik gedag te zeggen met mijn ogen op de klok gericht. Niet te lang kletsen, denk ik, dat kost baantjes-tijd. Bestraffend spreek ik mijn ongeduldige zelf toe: 'Niet zo onaardig, Tessa. Neem die paar minuten voor 'n vriendelijk woordje.' Watertrappend praten we elkaar bij. Twee minuten en 27 secondes. Zie, dat valt toch mee?

Zorgvuldig heb ik gepland hoe laat ik uit 't bad moet om op tijd bij de dokter te zijn. Maar eenmaal in het water wint het genot het van het plan. Drie keer denk ik, nou vooruit nog één baantje. Terwijl de minuten onverbiddelijk doortikken...

Douche. Laat dat haren wassen maar zitten. Voor crèmepjes ook geen tijd.

Terwijl ik mijn half natte lijf in mijn kleren pers, raak ik weer in gesprek. En de minuten tikken door.

Met natte haren gauw naar huis.

Daar wissel ik van fiets. Het is 'n flink stuk naar het ziekenhuis, dat vraagt om sportiever materiaal. Ik had verstandig 'n pauze ingepland, maar die extra tijd heb ik 'verzwommen'. In de keuken sta ik rekenend voor mijn klok. Gelijktijdig stop ik snel droge crackers in mijn mond, terwijl ik de zeven extra minuten aftrek. (Zo hou je jezelf dus voor de gek.) Mijn hoofd probeert de planning opnieuw te berekenen.

 Hoe ver is het ook alweer fietsen?

Hoe lang ben ik onderweg?

Hoeveel tijd heb ik eigenlijk nog vanaf nu?

Tessa en planning; 'n onrustige combinatie. De zeven minuten extra ten spijt: 't wordt opschieten. Op deze fiets zit navigatie met 'n digitale klok rechts bovenin. Ik hou 'm in de gaten.Mijn haar nog nat en mijn mond droog van de crackers, op naar het ziekenhuis. Hoe kom ik daar ook alweer? Dan gebeurt, wat mij tegenwoordig vaak gebeurt onder spanning: mijn hersens maken geen contact. Net als mijn navigatie die geen satelliet vindt. Wat was ook alweer de route? Ik probeer niet boos op mezelf te worden. Hoe vaak heb ik dit immers al gefietst? "Hersens kom op!"

Terwijl de tijd doorloopt, stap ik van mijn fiets. Time-out. Ogen dicht en concentreren. In mijn hoofd verschijnen langzaam plaatjes. Te beginnen bij het einddoel. Ik zie het ziekenhuis. Die gekke kruising. Daarvoor 'n lange weg met huizen in aanbouw. Eerst over de brug. O ja, langs de straat waar 'n vriendin woonde. Via het station. Dat betekent hier dus naar links.

Opgelucht open ik mijn ogen. De watten losten op; mijn hersens maakten weer contact. De beelden verschenen al met twee minuten vertelt de navigatie-klok. Frustratie voel ik ook. Waarom kan ik dit niet 'gewoon', net als ieder ander?

Nou, op de pedalen. Het fietsverkeer in mijn stad is druk. Ik voel dat ik 'n missie heb dus ik sjees er brutaal tussendoor. In mijn schuur staat m'n ligfiets met drie wielen voor mijn instabiele dagen. Maar vandaag fiets ik op mijn 'gewone', met slechts twee snelle wielen. Ik lijk even 'normaal' als al het overige verkeer.

Mijn missie geeft 'n fijn gevoel. Het geeft mij het recht onopvallend in deze fietsmassa op te gaan. Gehaast, net als al die anderen. 'n Gevoel dat mij herinnert aan vroeger. Door gehoorproblemen mocht ik niet mee zwemmen met de klas. Na de zwemles maakte ik dan mijn haren nat. Dan leek het net alsof ik tóch gezwommen had. En was ik net als alle andere kinderen...

Het is kennelijk fijn om op te kunnen gaan in de menigte. Niet anders te zijn dan de rest. Dat het niet 'n ziekte, of 'n hulpmiddel is, dat jou anders of speciaal maakt.

'Gewoon', 'n klein meisje met natte haren, alsof ook ik gezwommen had.

'Gewoon', 'n fiets met twee wielen, waarmee ik niet omval.

'Gewoon' gehaast mee kunnen in de vaart der volkeren.

'Gewoon', net als ieder ander.

Precies op de minuut sta ik voor het ziekenhuis. Mijn fiets wegzetten moet in extra tijd. 8 minuten te laat, meld ik mij alsnog bij de receptie. Slordig.

Uitgeput neem ik plaats in de wachtkamer. Ik schuif 'n stoel voor de mijne. Met mijn tintelende handen til ik er mijn zware, tintelende benen op. Ik ben moe. Op. Pijn. Al dat gehaast eist nu zijn tol. Hoe kom ik ooit weer thuis? Mijn buik is vol, mijn hoofd is leeg. In de wachtkamer van, nota bene!, de neuroloog komt hard het besef:

Ik ben toch anders dan al die anderen.

Tessa



Bron: Tessa van den Berg Publicatiedatum: 3 februari 2015