Verhuizen
Al jaren woon ik met veel plezier in Leiden. Ik ben dol op Leiden. Op de grachten, op de Pieterswijk, op het van der Werfpark. Op Leids Ontzet en op Stadslokaal Burgerzaken. Het café-restaurant waar ik meerdere interviews gegeven heb, voelt ondertussen net zo vertrouwd als mijn eigen huiskamer. Mijn huis in Leiden is ook heerlijk. Tussen het stadspark en de winkelstraat met de supermarkt om de hoek. Begane grond en met tuin. Wat is er handiger in een rolstoel dan alle voorzieningen zowat op je stoep? Bovendien is in Leiden de hele Randstad dichtbij. Binnen twintig minuten in Den Haag, zonder file in een half uur in Amsterdam en Rotterdam. Een kwartiertje met de trein naar Schiphol.
En toch ben ik verhuisd. Naar Kampen. Hanzestad in de kop van Overijssel. Tussen de Weerribben en de Veluwe en naast Zwolle. Daan, mijn man, heeft een nieuwe baan in Kampen. En ik, zoals het een goede echtgenote betaamt, volg mijn man. Want hoeveel ik ook van Leiden hou, ik hou nog veel meer van Daan. Ik heb me wel voorgenomen dat dit de enige keer is dat ik dit doe. En dat het handig van pas kan komen bij ruzies. Want tenslotte ben ik voor hem verhuisd, toch?
Verhuizen is overigens een crime. Ik heb dat bij eerdere verhuizingen nooit zo door gehad. Ten eerste komt dat doordat we de afgelopen keren in Leiden zelf verhuisd zijn. En de spullen het oude huis uit getild werden en twee straten verder het nieuwe huis weer in getild werden. Ten tweede hadden we nog helemaal niet zoveel spullen. Deze keer heb ik me verbaasd over de hoeveelheid zooi waarvan ik nog geen eens wist dat ik het had. Ten derde kon ik de vorige keer nog aardig lopen en hoefde ik niet zo nutteloos toe te kijken hoe anderen zich in het zweet werkten. Al is dat bij vlagen natuurlijk ook wel weer leuk.
Een geschikt huis vinden is ook een stuk lastiger als je in een rolstoel zit. Woonkamer, slaapkamer, keuken en badkamer moeten gelijkvloers zijn. De woning moet op de begane grond zijn of beschikken over een lift. En zelfs in Kampen is dat zoeken naar een speld in een hooiberg. Nu heb ik nog wat meer woonwensen die het zoeken niet bepaald makkelijker hebben gemaakt. Ik wil ook dichtbij voorzieningen wonen. In Kampen betekent dat: in de historische binnenstad. Om de zoektocht wat te versnellen heb ik aan zoveel mogelijk mensen laten weten dat ik naar Kampen ging.
Wat goed uitkwam, was dat ik halverwege december een lezing heb gegeven op een CDA-bijeenkomst in Raalte, Overijssel. De lezing ging over arbeidsparticipatie van mensen met een handicap en/of chronische ziekte. Maar breder gezien over meedoen in de maatschappij. En huisvesting hoort daarbij. Nu kon ik uit eigen ervaring vertellen hoe lastig het kan zijn om een geschikt huis te vinden. En, aangezien Kampen in Overijssel ligt, ook even vragen of er iemand een geschikt huis in Kampen wist….
Uiteindelijk heb ik toch zelf een huis gevonden, op eigen kracht. En daar wonen we nu. In de historische binnenstad van Kampen. De voorzieningen zowat op de stoep. Begane grond en met tuin. Aan het stadspark. Winkelstraat om de hoek. Als de Hanzelijn af is duurt het maar veertig minuutjes met de trein naar Amsterdam. Nu alleen nog even zorgen dat die trein rolstoeltoegankelijk wordt.














